Geschiedenis Biervliet

De Geschiedenis van Biervliet 

uit: 

BIERVLIET BIJ DE TIJD
door J.C. Robesin….

KONTRAST VAN DRIEKWART EEUW……
Over het historisch waardevolle stadje Biervliet, sinds april 1970 deel uitmakend van de gemeente Terneuzen, valt uiteraard meer te vertellen dan binnen het kader mogelijk is.
Niettemin geeft dit overzicht de sfeer weer van vervlogen jaren waarin men in menig opzicht heel anders leefde dan thans.
De bevolking van Biervliet viert dit jaar voor de 40ste maal de Geuzenfeesten ter herdenking van het feit, dat de Geuzen op 22 maart 1573 Biervliet hebben bevrijd van de Spaanse overheersing.

BEUKELHARING
Zoals Philippine en een smakelijke mosselmaaltijd doorgaans in één adem worden genoemd, zo zou men kunnen verwachten, dat Biervliet en haringsmullen ook één begrip vormen…
Immers, wie weet zich niet van de schoolbanken te herinneren, dat ene Willem Beukelszoon de uitvinder was van het haringkaken. Zonder een seconde na te denken kon de hele klas wanneer ‘meester’ op een versleten wandkaart, helemaal onderaan, het vlekje Biervliet aanwees, in koor opdreunen: 

                        ‘… maer Beukelszoon heeft voor het eerst
                        de haeringh leeren kaecken.
              
        Dat is van alle slym de visch
                       ghesuyvert maecken’.
          
           (Jacob Cats) 

Visser-uitvinder Willem mag dan door het bedenken van ‘eene verbeterde wijze om de haring te kaken, te zouten en in tonnen te pakken’ de geschiedenis zijn ingegaan, in het door zijn vondst vermaard geworden stadje, waar hij zich metterwoon vestigde en in 1397 stierf, zoekt  de hongerige en op lekkernijen-van-de-streek beluste toerist tevergeefs de naar hem genoemde verse Beukelharing (pekelharing). En dat heeft Willem niet verdiend.
De haring op het torentje van het oude raadhuis, het gebrandschilderde raam met de afbeelding van de eerste kaker-haring in de linker en kaakmes in de rechterhand – zijn monument op het stille marktpleintje, de Havenstraat, het Kaaidiekje en het gedicht van Vondel:

                        ‘… O wat een gulden neeringh !
                        en voedsel brenght ons toe de Coninghlijke Heringh,
                        Hoe menigh duysent siel by desen handel leeft
                        En winnende syn broot, Godt danck en eere gheeft!”

zijn slechts herinneringen aan een ver verleden, toen Biervliet nog een belangrijk centrum van de haringvisserij was.

Biervliet bezit een rijke historie. Al in 984 komt het voor. In 1183 verleende graaf Philips van den Elzas het door water omringde, Middeleeuwse vestingstadje, met nog 27 andere Vlaamse steden, ‘vrijdom van tollen’; graaf Guy de Dampierre ontmoette er in 1290, met de echtgenoot van zijn dochter Beatrice, graaf Florus V van Holland.
Een ander opmerkelijk historisch feit is een bezoek van Karel V, op doorreis van Gent naar Walcheren. Plotseling overvallen door een hevig noodweer zocht hij in de haven van Biervliet een veilige schuilplaats. En hij liet het niet bij schuilen, maar maakte van de gelegenheid gebruik om in gezelschap van zijn twee zusters Maria en Isabella, een bezoek te brengen aan het graf van Willem Beukelszoon. Naar alle waarschijnlijkheid lag dat in de (verdwenen) Onze Lieve Vrouwekerk, waarmee de familie Beukels een speciale band had. Zonder een overgebleven schilderij van M. Calisch (circa 1850) zou men zich deze gebeurtenis moeilijk kunnen voorstellen. Beweerd wordt, dat Karel V op het graf een zoute haring heeft genuttigd, maar of dit werkelijk gebeurd is, valt in twijfel te trekken.
Evenmin is gemakkelijk denkbaar, dat het vissersdorp Biervliet behalve een vesting, twee parochiekerken, drie kloosters (waarvan één buiten de wallen) en een gasthuis moet hebben gehad.

Lange tijd waren haringvangst en zoutwinning de voornaamste bronnen van bestaan. Het laatste verklaart, waarom Biervliet vrij hoog ligt. De fundamenten van het stadje staan op het zogenaamde ‘selas’, het restant van het veen of derrie, dat overal vandaan werd gehaald om in de zoutpannen verwerkt te worden tot zout. Biervliet was de grootste zoutleverancier van Londen en dat betekende nogal wat. Zo mocht het helaas niet blijven.
Als gevolg van aanhoudende stormvloeden, dijkdoorbraken en oeververschuivingen werd in de kustlijn van het Zeeuws-Vlaamse land een steeds grotere inham geboord.
Zo ontstond De Braakman (oorspronkelijk Breckeme = zwakke plek).
De overstromingen knaagden heftig aan de welvaart van Biervliet. Veel moest worden opgeofferd om te voorkomen, dat het water fataal zou toeslaan.
De resten van de St. Nicolaas- en Onze Lieve Vrouwekerk verdwenen noodgedwongen in de zeewering. Biervliet werd kleiner en armer met als gevolg, dat er rond 1600 nog maar achttien gezinnen woonden.
Pas na een reeks inpolderingwerken brak een betere tijd aan. Toen de Elisabethpolder in 1866 werd ingedijkt, maakte Biervliet zich voor altijd los van het eens onontbeerlijke water. Het in de noordoost hoek tegen De Braakman gelegen dorp bouwde een nieuwe toekomst op in de landbouw.

Op 5 september 1958 onthulde Biervliet het monument van Willem Beukelszoon op de Markt. De hele bevolking vierde uitbundig feest.
Want al was de haringvisserij dan verdwenen, de roem van de haringkaker moest tot in lengte van jaren behouden blijven.
Nu staat eens per week in de schaduw van het gedenkteken een visboer … zoute haring aan de man te brengen. Zouden hij en zijn trouwe klandizie zich bewust zijn van Beukelszoons grote verdienste? 

WIE WAREN DE GEUZEN ?
Een vissers- en een landbouwdorp hebben elk hun karakteristiek. Dat geldt ook voor Biervliet.
Het schijnt, dat ten tijde van de grote haringvangsten de stoere vissersgemeenschap sneller in vuur en vlam stond dan tegenwoordig. Een boer maakt zich over het algemeen niet zo gauw druk. Hij beleeft nu eenmaal minder avonturen en bezit een meer gematigde kijk op de gang des levens.
Eén ding hebben vissers en landbouwers in elk geval gemeen: het enthousiasme om bij tijd en wijle een leuk feestje te bouwen. De Biervlietse bevolking heeft daar nooit problemen mee gehad, ook niet in het rijke vissersverleden.
Toen de eerste oogst van de nieuwe Braakmanpolders (ingedijkt in 1952) werd gehaald en tezelfdertijd het nieuwe gemeentehuis kon worden opengesteld, laaide de feestvreugde in Biervliet twee volle dagen hoog op. Een optocht van praalwagens trok veel bekijks.
Hetzelfde gebeurde in 1973, toen een driedaags feestprogramma werd opgezet om het feit te herdenken, dat Biervliet 400 jaar geleden door de Geuzen bevrijd was van het Spaanse juk.
Het hele dorp stak zich in de kledij van die tijd en een historische optocht, compleet met gevangen genomen Spanjaarden, beulen en schandpaal, trok door de straten. Tienduizenden bezoekers begaven zich onder de feestende inwoners en maakten kennis met de joviale ingezetenen van de Geuzenstad.
Ruim een half jaar was koortsachtig gewerkt aan fraaie poorten, straatversieringen en kostuums.
Drie volle dagen leefden de feestende Geuzen in een soort overwinningsroes, die aanstekelijk werkte op de hele streek. De organisatoren besloten er een blijvende traditie van te maken en zo viert Biervliet ieder jaar opnieuw het Geuzenfeest en zo komt er in 2002 een daverend Geuzenfeest als de 30ste uitgave van de Geuzenfeesten Biervliet een feit is. In Biervliet is men nogal sterk in het onthouden van jaartallen…
De Geuzendaden blijven het vooralsnog winnen van de haringdaden.

Wie waren die Geuzen dan wel, dat ze zoveel indruk maken op de Biervlietenaren?
Bepaald geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Zij worden beschreven als: ‘Geleerden, edelen, vissers, kooplieden, handwerkers, van huis en haard verdreven, daarnevens het gespuis uit alle 17 provinciën, bewerkt met de onmaatschappelijke droesem uit aller heren landen’. Hun voornaamste activiteiten: kapen, roven en plunderen.
Tijdens één van hun talrijke uitvallen worden op 21 mei 1572 de nieuwe sluizen van Sas van Gent vernietigd. Ook Biervliet blijft een Geuzenbezoek niet gespaard.
Vanuit Antwerpen doen de Spanjaarden alle mogelijke pogingen om de heerschappij op zee te behouden, evenals de boorden van de Westerschelde. Biervliet moet voor de Geuzen bijzonder aantrekkelijk zijn geweest, want precies een jaar later nemen ze het eiland. De burgemeester en enkele schepenen (wethouders) vluchten naar Gent. De Geuzen nestelen zich binnen hun nieuwe strategisch gunstig gelegen bolwerk en proberen alle aanvoer vanuit Antwerpen naar Middelburg te onderscheppen.

Santio de Auila bevoorraadde Middelburg met verlies van ettelijke schepen. Op 21 april 1573 waagde hij opnieuw een poging, nu met en grote vloot van goed uitgeruste schepen onder groot vertoon en in strakke orde. Maar bij oostenwind werd hij van Breskens naar Vlissingen gedreven, waar hij door Zeeuwen op Vlissingse schepen, die van Biervliet kwamen, van achter en van voor tegelijk werd aangevallen. Vijf van zijn belangrijkste schepen gingen verloren bij dit treffen, dat uitliep op een afschuwelijk bloedbad. De bemanning werd uitgemoord of verdronk. Na de strijd verzamelde men afgerukte handen, armen, voeten, benen, darmen en stukken vlees in manden. Het leek op een abattoir, zo had het grote geschut huisgehouden.

Toch was het verblijf van de Geuzen op het eiland van Biervliet van korte duur. Op eerste pinksterdag, 10 mei 1573, zeilden zij weg. Biervliet onder Staats bestuur achterlatend.
De Spanjaarden lieten zich echter niet zo gemakkelijk uit het veld slaan.
‘s Nachts, bij storm en ontij, bleven ze terugkomen en brachten schade toe aan de inmiddels opgebouwde versterkingen. Een terreur, die nog lange tijd bleef voortduren. Na al deze spanningen en een pestepidemie kwam dan eindelijk de bevrijding. In de zomer van 1604 veroverde Prins Maurits heel Westelijk Zeeuwsch-Vlaanderen. Dus eigenlijk pas dertig jaar later dan de Biervlietenaren dachten, kwam een definitief einde aan de Spaanse overheersing.

‘WIJ ZIJN ALLEN VAN BIERVLIET’
Op 5 november 1974 schreef ir. L. van Biervliet uit het Belgische Kortenberg een brief aan de burgemeester van Biervliet, niet wetend dat Biervliet geen zelfstandige gemeente meer was. Hij was dan ook zeer verbaasd antwoord uit Terneuzen te krijgen.

‘Samen met enkele familieleden trachten wij een internationale familie bijeenkomst te organiseren met allen, die rechtstreeks of onrechtstreeks verwant zijn met de familie ‘Van Biervliet’. Alhoewel de eerste tot nu toe gekende ‘Van Biervliet’ niet uit Biervliet, doch wel uit Gits (West-Vlaanderen) afkomstig is, menen wij dat het wel sympathieker zou onthaald worden, indien wij deze samenkomst konden organiseren in Uw stad, welke dan toch voor ons symbolisch en historisch meer geschikt lijkt’,
berichtte de heer Van Biervliet.

Hij durfde toen nog niet verwachten, dat dit contact de basis zou leggen van een grote familiereünie in Biervliet op 10 en 11 mei 1975.
Wat bracht Luc van Biervliet op de gedachte om een talrijke schare ooms en tantes, neven en nichten, kinderen en kleinkinderen terug naar de bakermat van de familie te brengen?
De familienaam is zonder twijfel te danken aan het stadje Biervliet.

Oorspronkelijk wapen van BiervlietHet oorspronkelijke wapen schijnt een veld van sabel (zwart) met een golvende dwarsbalk van zilver geweest te zijn. Tijdens de vierde kruistocht in 1204 waren de kruisvaarders van Biervliet de eersten, die de muren van Constantinopel beklommen. Als beloning voor deze heldendaad kregen zij van graaf Boudewijn IX het voorrecht het wapen van Vlaanderen en van Constantinopel in hun stadsschild te voeren.

Zo komt het, dat Biervliet een gedeeld wapen heeft.
Rechts van keel (rood) met een uitgeschulpt kruis van goud, vergezeld van 20 gouden penningen, 5 in de vorm van het St.Andreaskruis in ieder kwartier (Constantinopel); links van goud, met een leeuw van sabel (zwart) gewapend en getongd van keel (Vlaanderen). De wapenspreuk werd een combinatie van vier B’s, als afkorting van de Griekse spreuk: Basileus Basileoon, Basileuoon Basileuontoon. Dit betekent: ‘Koning der Koningen, die heerst over de heersers’. De omslag van het Van Biervliet familieblad draagt dezelfde spreuk.

Tevens wordt in de volksmond verteld dat de Biervlietenaren Constantinopels Gouden Draak hebben gekregen als beloning voor hun daden. Deze Gouden Draak zou een aantal jaren op een van Biervliets stadspoorten hebben gepronkt en in een kwade nacht door de Gentenaren zijn ontvreemd. Nog altijd vindt men deze draak terug in de stad Gent.

Van de vroegst bekende Van Biervliets kan inderdaad worden aangenomen, dat zij afkomstig zijn uit Biervliet. De bekendste figuur is waarschijnlijk meester Niklaas van Biervliet, de oudere schepenklerk van de stad Brugge. Zijn wieg moet in Biervliet hebben gestaan.De meeste Van Biervliets komen voor in Vlaanderen. Volgens prof. Paul van Gehuchten die de stamboom opmaakte, stammen de Van Biervliets af van een landbouwersfamilie.
Door het initiatief om in Biervliet de familiebanden hechter te smeden komen onder het stof begraven documenten en registers weer tevoorschijn. Wellicht werd hiermee een nieuwe bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving van Biervliet, die voor de huidige bevolking van het stadje nog veel interessante gegevens aan het licht bracht.

ANDERE GEDAANTE
De jongste historie van Biervliet wordt gekenmerkt door een ‘moderne’ onwikkeling, die het maatschappelijk leven sterk beïnvloedde.
Vanwege de geïsoleerde ligging was het dorp volledig op zichzelf aangewezen. Vandaar, dat ongeveer alle ambachten en beroepen vertegenwoordigd waren. Men kan zich voorstellen, welke uitwerking de komst van de telefoon (1886), de eerste tramverbinding, de auto en de bus op het gesloten wereldje had. De parochieput, waar al sinds de Middeleeuwen het vee werd gedrenkt, werd gesloten ‘om redenen van hygiënische aard’. De zorg voor de volksgezondheid kwam plotseling om de hoek kijken. Toch zou Biervliet nog tot 1923 moeten wachten op een heuse waterleiding. In hetzelfde jaar kwam de ‘elektrificatie’ tot stand. De eerste stroom werd geleverd tegen zestig cent in ‘spertijd’ en een kwartje in de ‘goedkope uren’.

Oud-burgemeester A.P. Kostense, toen negentien jaar, gelooft niet dat men in die tijd zo gelukkig was. Men verdiende weinig en de sociale voorzieningen waren ronduit slecht. De bevolking was grotendeels afhankelijk van ‘werk bij de boer’. In enkele vlasbedrijven kregen de arbeiders een iets hoger loon, maar over het algemeen had men het in die dagen niet breed. Een lange seizoenwerkeloosheid maakt de situatie nog beroerder. In 1933 kreeg de heer Kostense de functie van gemeentesecretaris. Twee jaar later was hij burgemeester en hij bleef in dit ambt tot kort voor de gemeentelijke herindeling van Zeeuwsch-Vlaanderen in april 1970.
Tijdens zijn loopbaan onderging Biervliet een ingrijpende gedaanteverandering.
Het is duidelijk, dat dit niet zonder problemen is verlopen. De oud-burgemeester weet zich nog maar al te goed te herinneren, hoe buitengewoon slecht de verbindingen waren en hoe ijverig moest worden gespaard om daar verbetering in te brengen.
‘Eigenlijk was dat onze grootste zorg’, zegt hij. ‘Biervliet was volledig afgesloten van het verkeer. De wegen waren slecht. In 1918 bij de inpoldering van de Dijckmeesterpolder liet men ons nog letterlijk en figuurlijk links liggen. We hadden goede hoop, maar ook veel zorgen. Biervliet was één van de weinige gemeenten met zestien kilometer slechte weg.’
Economisch had dat een zeer nadelig effect.

De heer Kostense heeft midden in het spanningsveld geleefd, dat ontstond bij de omschakeling van de handenarbeid in de landbouw naar de mechanisatie (zelfbinder). Dat gaf grote sociale problemen.
In de crisistijd van de dertiger jaren heeft hij raadsvergaderingen gekend, dat de zaal uitpuilde van de mensen, die nieuwsgierig waren naar nieuwe noodmaatregelen.
Kostense: ‘Men eiste gewoon maatregelen. Begrijpelijk, maar het legde een enorme druk op het gemeentebestuur. In een klein dorp leef je als bestuurder nu eenmaal dicht bij de bevolking’.
Hoewel hij nuchter afstand kan nemen van zijn vroegere werkkring en de gewijzigde omstandigheden volledig accepteert, denkt hij met voldoening terug aan wat in het dorp, waar hij nog steeds met plezier woont, tot stand is gekomen. En dat is niet gering. Te denken valt aan het prachtig gelegen bejaardencentrum, het gemeentehuis, waar nu het postkantoor is gevestigd, de dijk met wandelpad richting Braakman, de fraaie speelwei achter het Haringschooltje, het wijkgebouw en de waterpartij (oude haven) bij ‘Ter Walle’. Bijna al deze projecten konden worden gerealiseerd in de vijftiger en zestiger jaren.
Bovendien zijn de verbindingen veel beter geworden. Vooral de rijkelijk van groen voorziene weg Biervliet-Nieuwlandse Molen tussen Zoutepolders en Geertruidapolders.
De oud-burgemeester: ‘De voorzitter van Ooft en Tuinbouw, Petrus Dieleman, verklaarde in 1937, dat Biervliet in feite een eiland was gebleven. Die man had gelijk. Pas na de indijking van De Braakman is het isolement voorgoed opgeheven. Toen ging het opeens met sprongen vooruit en ontstond een duidelijk kontrast met vroeger’.